Nu ga ik schrijven
Al dat negatieve, ik trek het door de WC
Wat kan ik hier teweegbrengen?
Ik ben hier niet voor niets
Heb je mij nodig?
Ik ben onvervangbaar
Je weet pas wat je mist, als ik er niet ben
Zeg me ‘ns gedag
Je weet toch, de hond houdt van iedereen die hem voedt
Trouw tot in de dood
Glimlach
De ironie van het geheel
Ik ben dankbaar voor de gratie
Dat je opgelucht bent, je handfunctie weer terug te krijgen, nadat je hem moest missen.
Dat het de volgende dag weer beter is.
De kinderen.
Dat ze je geloven.
Dat ze hangen aan je lippen.
En dan, na zoveel jaar.
Eens proberen hoe het 180 graden anders gaat.
Om hun vrije wil te beoefenen.
Dat ze je niet lastig vinden.
Zich door je laten waarschuwen als het nodig is.
Niet in zeven sloten tegelijk lopen.
Dat ik niet over me heen laat lopen.
Opgewekt en uitgerust ben.
Niet meer hoef te ploeteren.
Niet meer mee hoef te doen.
Me was met water.
Mijn troefkaart speel.
De liefde vindt.
De Waarheid
De Waarheid
Kent geen tijd
Geen haast, geen nijd
Er zit iets in dat ik vermijd,
die Waarheid.
Het is een strijd
Onthul aan mij
de Waarheid
Dan heb ik geen spijt
Glans
Er is een tijd van bloei
En ook één van vergaan
Ik grijp mijn laatste kans
Onwetend
In het volle licht
Van de waarheid
Tegen de stroom in
Weerkaats ik je glans
Jouw glimlach
We zoeken parels tussen ‘t stof
Ik baan mijn weg
En jij polijst mijn ziel
Zo ver gekomen
Ik ben zo ver gekomen
Zo hard mijn best gedaan
Ik had niet durven dromen
Dat ik hier zo zou staan
‘k Heb weleens wat gestolen
De waarheid soms verdraaid
Met een vriendin gebroken
Da’s alles niet zo fraai
Er zijn sommige dingen
Die krijg je nooit meer meer goed
En dat is eeuwig jammer
Ik heb ervoor geboet
Ik had wel willen breken
Met alle goede zeden
Maar ‘k heb het toch vermeden
Dat heeft een goede reden
Want alles wat je doet, zo klein
Al lijkt het soms zinloos te zijn
– De kleine dingen in mijn leven –
Zijn zo belangrijk gebleken
Dus ik ben gaan vertrouwen
Ik ben ervan gaan houden
Met mijn riemen te roeien
Al wil het soms nog schroeien
Roeping
We hebben beiden fouten gemaakt
Onzorgvuldig gekozen woorden
Niet beseffend welk gewicht ze droegen
Ik zei dat waar je ´t meest van houdt
Slechts tijdverspilling is
Jouw verdriet doet me pijn
Geef niet op
Ik ben nog steeds je vriend
Het spijt me
We hebben bergen te verzetten
Handleiding
We kwamen uit het licht op aarde
We kregen koeien, honden, paarden
En oceanen, bloemenzeeën
Fruitbomen, bossen, vossen, reeën
Een vrouw om mee te liggen, praten
Dan door de dood weer moet verlaten
Geboorte van ons eerste kind
Zijn handje dat je vinger vindt
Ik zit alleen nog met een ding:
Mijn God, waar is de handleiding?
Moet ik hem zoeken in de boeken
Of bij profeten, maar welke, weet je?
Staat-ie geschreven in de sterren
Of in het ruisen van de bomen
Moet ik hem lezen in een verre
Zonsondergang die nog moet komen?
Of is het simpel en dichtbij
Als jij zo vrolijk wordt van mij
De kinderen die vrolijk spelen
Het buurtfeest waar we taartjes delen?
Even
Als je mij nu vraagt:
‘Ben je wel tevreden?’
Stel je me dan gerust
Zeg je: ‘Wacht nou even’
Geef je me weer licht
Geef je me weer leven
Geef je me weer lucht
Geef je me weer vrede?
Vader
Als een vader ben jij
Voor mij
Als een wijze, met gezag
Meer dan enkel spierkracht
Ik luister naar je stem
Deels ben je wie ik ben
Je bent iets op het spoor
De waarheid schemert door
Want alles wordt eens afgepeld
Alleen de pit blijft over
‘t Verhaal dat jij me hebt verteld
Waarin ik wil geloven.
Water
Doop mij in het water
Reinig toch mijn geest
Maak me klaar voor later
Nu is nooit geweest
Zoals het water altijd leeft
Heb ik een innerlijke ster
Die reisde met mij uit de afgrond
Ik kwam van heel erg ver
Ik krijg vandaag een nieuwe naam
Niet langer meer bevreesd
Hij zuivert mij van alle vuil
Want nu is nooit geweest
In alle jaren die er waren
Was iets voorgoed voorbij
Maar als ik in het water stapte
Kwam ik weer terug bij mij
Tot op die laatste dag, ik dacht
Nu kom ik niet meer boven
Maar in mijn diepste binnenste
Bleef ik altijd geloven
Zoals het water altijd wast
Kon ik in naam van Jezus
Mij en wie mij heeft aangetast
Uiteindelijk vergeven
Winkel van Hoop
Ik ben van de afdeling Hoop
Wij hebben geen spullen te koop
We handelen uitsluitend in wensen
Voor kleine en grootse mensen
En zij die op nummer 10 komen
Die hebben geen geld, maar wel dromen
Het geinige van dit geheel
Is, de mensen, die vragen niet veel
En sommigen keren weer terug
Of komen zelfs over de brug
En één ervan opende zelf
Een winkel van Hoop, op nummer 11.
