Boomschors,
met je verweerde blik
kijk je mij aan
Oh, treurwilg,
met je lange lange haren
kijk je me aan
Je zegt:
Kleine David,
oh, Kleine David
Wat ga je schrijven vandaag?
Wanneer begin je toch met schrijven?
De trouwe hond
kijkt me met zijn bruine ogen aan
en zegt:
Kleine David,
wat ga je schrijven vandaag?
En de duif, die vliegt door de tuin
Roekoe roekoet naar mij:
Oh oh, Kleine David,
wat ga je schrijven vandaag?
En de zwart-witte kat
staat aan de overkant,
daagt me uit:
Kleine David,
wat ga je schrijven,
schrijven vandaag?
En ik zeg:
Jaag maar, kat,
op een muis
Jaag maar op een muis
Kijk me niet zo schrikachtig aan als je doet
En tegen de treurwilg zeg ik:
Wees maar niet zo verdrietig
Het komt allemaal wel goed
Oh treurwilg, treur toch niet
En tegen de boomschors,
de oude verweerde boomschors:
Wat vraag je nou van mij?
Wat kan ik jou toch vertellen?
Je bent zovele malen ouder dan ik
Kijk eens hoe dik je schorsen zijn
Ik zie gezichten in je knoesten
Jij hebt meer gezien dan ik
Maar de boomschors zegt:
Nee, nee, nee,
ik ben toch geen mens?
Ik sta hier altijd op dezelfde plek
Ik wil het van jou hier horen
Dus ik zeg oké, boom
Dan zeg ik je dit laatste nu:
Die inspiratie kwam van jullie allemaal
De treurwilg en de boomschors,
jullie bij elkaar
waren voor mij het verhaal van vandaag
Mijn trouwe hond,
de dikke duif,
en de zwart-witte kat
Dank jullie wel
Het staat op papier
Nu valt de stilte weer hier.