Maandelijks archief: maart 2014

Vandaag ga ik het doen

leap-of-faithTot op vandaag
stelde ik het uit
Verzon steeds iets anders
Want ik had de moed niet

Geen écht vertrouwen
Niet zeker of het goed zou gaan
Deed ik alles behalve het allerbelangrijkste
En nooit was het goed genoeg

Maar nu
Sta ik voor de keus
Het is erop of eronder
Vandaag moet het gebeuren

En dit keer is het anders
Want in mijn droom zag ik een gloed aan de horizon
Fabelachtig mooi
Niets is wat het eerst lijkt

En ik weet nu
Dat ik het kan
Het is voor mij niet eens zo moeilijk
Veel simpeler dan ik dacht

Dus ga ik nu doen
waarvoor ik hier ben
Iets kleins, iets groots
Ik laat je niet in de kou staan

Begin!

nieuw beginDeze is voor jou
Want jij bent niet alleen
Geloof dus in de kracht
En draai er niet omheen

Want als je erom vraagt:
Het antwoord komt altijd
Soms komt het in iets kleins
Soms in een droom voorbij

Maar altijd is het van jezelf
Want God is ook daarbinnen
Je kunt het vinden als je zoekt
Kom op, ga nu beginnen!

Cirkel in het zand

cirkelinhetzandIk maak een cirkel in het zand
De stormen razen over ’t land
Je leest het dagelijks in de krant

De mensen willen altijd meer
We spelen nog een laatste keer
Het wordt van dat extreme weer

CHINA-ENVIRONMENT-POLLUTIONEn ik ren maar vooruit
zonder doel
’t Kost me zoveel geld
Het is nu echt genoeg

En ik zie elke dag
Al die grijze gezichten
in de auto’s
Elke ochtend

Het is zo mistig in m’n hoofd
Ondoordringbaar

Nog één keer
Druk ik het gaspedaal diep in
Yeah

rij_voor_benzinestation_in_de _regenNee het brandt niet meer zo goed
Overal hangen nu de bordjes
De laatste druppel…

En het regent op me neer
Oh regen, was me schoon

En we lopen
in een lange karavaan
over de snelweg.

karavaan_snelwegIk wist wel dat die dag eens komen zou
Ik heb spijt
Denk met weemoed aan voorbije tijd

En het water stijgt
Wolken grijs
Uit mijn patrijspoort zie ik nu waar eens de snelweg was

ferry_in_stormHet is vol
De laatste plaats is nu bezet
Veertig lange dagen niets dan water

Dan begint het toch te dalen
Overal komt een einde aan

madeliefjeEn dan begint het gras te groeien
Zowaar een madeliefje
Één voor één pluk ik de blaadjes

De ark van Noach Genesis 6-9

Teder

handen_vasthoudenKun je me
zachtjes
kussen?

Ik verlang zo naar
je blik.
Ronde ogen
Vragend
En ik weet:
hier kan ik uren van genieten.

Kun je me
strelen?
Jouw hand op mijn gezicht
Want ik weet
Iets fijners is er niet.

Of niet?

of_nietJij die tegenover mij zit
Zou het iets betekenen?
Je eet keurig je taartje
Roert met het lepeltje in je koffie

Een grappig klein horlogetje
Het laatste stukje van je taart
Dan is het op.
Nu van je koffie nog de laatste slok

Je pakt je kopje en je schoteltje
en doet je jas weer aan
Dan is het voorbij.
Of niet?

Het douanelied

douaneBetalen, betalen anders mag je er niet door
Betalen, betalen en wij zingen in een koor

{Refrein:}
Skoep doep doedeliedoe, skoep doep doedeliedoe

Wij zijn van de douane
en zeker geen domme hanen

{Refrein}

De varkens in het kot,
de boeven achter grendel en slot

{Refrein}

J.R., Sanne, Marijn
vinden dit baantje fijn

{Refrein}

Wij rijden met politieauto’s achter smok’laars aan
en laten er dan ook nooit ‘ns eentje gaan

{Refrein}

Misschien zit er in de motor
wel gesmokkelde boter

{Refrein}

Wij hebben alles wat we willen
en krijgen nooit voor onze billen

{Refrein}

Wij zijn geen doepse bazen
maar nemen boeven te grazen

{Refrein}

Als de boeven in de gevang’nis zitten
gaan wij een uurtje pitten

{Refrein}

Dit is het einde van het lied
Erg stom vond ik het niet.

Paradijstuin

paradijstuinEen mooie vreemde wereld was het. Jochem keek om zich heen en zag de planten en oerwoudbomen. Hij spitste zijn oren. Het kleinste geluidje kon hij nog horen. In de verte was een kreekje. Het water kabbelde zachtjes. In de bosjes wipte een konijntje weg. In de bomen floten de vogels. Wat een prachtige klank. Hij kon wel uren in deze achtertuin verpozen. Zou hij hier zijn hele leven kunnen blijven? En de andere jongens dan? Die waren buiten de muren aan het voetballen. Hun opgewonden stemmen klonken over de muur. Hij luisterde nu naar zijn eigen ademhaling. Hij zong heel zachtjes een liedje. Zodat niemand behalve hij het kon horen.

De rolschaatsen

rolschaatsenEr waren eens twee rolschaatsen. Ze woonden bij een meisje, dat Elsje heette. De rolschaatsen vonden het maar saai, bij dat meisje. De rolschaatsen werden maar een paar keer in het jaar gebruikt!
Op een keer zeiden ze tegen elkaar: “kom, ik vind het hier maar saai, we lopen weg!” (Met lopen wordt rollen bedoeld.) ’s Nachts liepen ze weg.
Ze kwamen in het plantsoen. Toen staken ze de weg over. Net reed er een auto op de weg. “Wegwezen!” dachten de rolschaatsen. Net op tijd waren ze aan de overkant. “Het is hier maar eng!” zei de ene rolschaats.
Het was dag. Heel vroeg in de ochtend, klopten ze bij een huis aan. Een meisje deed open. “O, wat een mooie rolschaatsen!” dacht het meisje. Ze nam de rolschaatsen mee naar binnen, en nog diezelfde dag ging ze ermee rolschaatsen.
Het meisje vond ze zó mooi dat ze elke dag als ze maar kon, ermee ging rolschaatsen.
En de rolschaatsen leefden nog lang en gelukkig.
EINDE.

Straks

treincoupeAlleen in de nacht
Landschap raast voorbij
De lichtjes worden groter
en schieten langs me heen

De lucht is donkerblauw
en in de ruit
zie ik de spiegeling van de coupé
Ik denk aan jou

Hoe je voelt
Hoe je bent
En ik weet
dat ik straks bij je zal zijn